problemen met wisselen gebit bij de pup

Problemen met wisselen gebit bij de pup

Met name blij kleinere rassen zoals Shih tzu’s, Yorkshire Terriers, maar soms ook bij grotere rassen zien we wisselproblematiek.

Wanneer een pup ongeveer 4 maanden oud is begint het wisselen van het melkgebit. Dit begint meestal bij de middelste twee boven snijtanden. Gedurende de opvolgende 2 maanden worden steeds meer tanden gewisseld. Met een maand of zes moeten alle tanden normaalgesproken gewisseld zijn.

Bij het natuurlijk proces van wisselen zien we dat de flinterdunne wortels van de melkelementen als het ware langzaam oplossen. Daarnaast dringt de volwassen tand zich naar buiten en duwt hiermee de melktand ook aan de kant.

Soms zien we dat dit proces niet helemaal goed verloopt en zien we dat er melktanden achterblijven. Dit kan leiden tot problemen met het volwassen gebit. De melktanden verhinderen namelijk het normaal doorkomen en een goede stand verkrijgen van de volwassen tanden. Indien niet tijdig aangepakt dan kan dit leiden tot standsafwijkingen.

Over het algemeen hanteren we de regel dat elementen die met 6 maanden nog niet zijn gewisseld beter getrokken kunnen worden om verdere problemen te voorkomen. In sommige gevallen wanneer er al vroegtijdig standsafwijkingen worden geconstateerd kan besloten worden om melktanden al eerder dan zes maanden leeftijd te trekken omdat dit anders het doorkomen en de stand van de volwassen tanden ernstig belemmerd.

Op deze foto’s  ziet u de spitse dunne melkhoektand die nog aanwezig is bij een hong van ongeveer 7-8 maanden. U ziet ook dat de volwassen voorliggende hoektand een afwijkende stand heeft ontwikkeld doordat hij niet goed heeft kunnen doorkomen omdat de melkhoektand nog in de weg stond.

De dierenarts zal uw hond tijdens de 6 maanden controle (meestal bij de rabiës vaccinatie) ook controleren op eventuele problemen met wisselen. Indien u eerder onzeker bent over het gebit van uw pup kunt u ook een afspraak maken voor gebitscontrole bij de assistente.