Suikerziekte

Suikerziekte, ook wel diabetes mellitus genoemd,  is een relatief vaak voorkomende aandoening bij met name de oudere kat. Normaal gesproken verhoogt het suikergehalte van het bloed bijvoorbeeld na een maaltijd. Vervolgens wordt de alvleesklier gestimuleerd tot het produceren van insuline dat ervoor zorgt dat de suikers worden opgenomen door de weefsels en hier worden verbruikt als energie. In het geval van suikerziekte zijn de suikers in het bloed van de kat continu hoog omdat er te weinig insuline wordt afgegeven door de alvleesklier of omdat het lichaam ongevoelig is geworden voor de insuline. In het tweede geval spreken we van insuline resistentie. Door een continu verhoogd glucosegehalte in het bloed gaat het dier ook meer drinken en meer plassen en vinden we de suikers ook terug in de urine.

Oorzaak

Er zijn verschillende soorten suikerziekte afhankelijk van hun oorzaak:

Type 1: Immuungemedieerde suikerziekte (komt zelden voor bij de kat)

                Auto-immuun afbraak van de cellen van de alvleesklier

Type 2: Life Style suikerziekte (60-70% van de katten met diabetes)

Dit type diabetes komt met name voor bij de kat. Het heeft te maken met een ongevoeligheid van het lichaam voor insuline, welke ontstaat door overgewicht en inactiviteit.

Type 3: Overige specifieke types suikerziekte

Deze vorm van diabetes wordt veroorzaakt door bij voorbeeld medicatie (zoals prednison) of door andere onderliggende ziektes zoals de ziekte acromegalie (verhoogde productie groeihormoon) of alvleesklieraandoeningen (alvleesklierontsteking) .

Type 4: Zwangerschapsdiabetes komt bij de kat niet voor.

Symptomen

Symptomen kunnen variabel zijn afhankelijk van de ernst van de diabetes:

  • Veel drinken en veel plassen (onzindelijkheid)
  • Vermageren ondanks hele goede eetlust
  • Sneller moe zijn

In de meeste gevallen blijft het bij bovenstaande verschijnselen. Echter als het dier te lang een te hoge suikerspiegel heeft dan kan het in een crisis raken. Hierbij zien we veel braken en diarree, niet willen eten, zwakte en soms zelfs coma.

Diagnostiek

Bij het vermoeden op het bestaan van suikerziekte bij uw kat zullen een aantal onderzoeken worden gedaan om vast te stellen of er i.d.d. sprake is van suikerziekte en wat de mogelijke oorzaak is.

Middels bloedonderzoek kan een verhoogd suikergehalte worden gevonden. Daarnaast wordt gekeken naar de zouten in het bloed en de zuurgraad van het bloed. Nieren en lever worden ook gecontroleerd alsmede, indien nodig, de alvleesklierfunctie. Daarnaast wordt urineonderzoek gedaan. Hierin moet ook een hoog suikergehalte worden gevonden en kan ook aanwijzing worden gevonden voor een mogelijke metabole crisis. Daarnaast is het belangrijk te weten of het dier medicatie gebruikt of mogelijk aan een andere ziekte lijdt. Indien er een vermoeden is van mogelijke onderliggende ziekten zoals acromegalie (verhoogde productie groeihormoon) zal ook hier onderzoek naar worden gedaan.

Behandeling

De behandeling van suikerziekte is zeer divers, intensief en in meestal levenslang. Wij zullen u hier zo goed mogelijk in begeleiden. Informeer ook naar ons diabetes spreekuur.  Bij een snelle, goede en strenge aanpak gaat 25% van de katten in remissie. Dat wil zeggen dat de suikerziekte verdwijnt. Door onderstaande therapie toe te passen, krijgt de alvleesklier rust en kan zich herstellen.

1. Insuline

In alle gevallen wordt gestart met het prikken van insuline. U zult instructie ontvangen hoe de insuline te gebruiken, te bewaren en toe te dienen.  Insuline wordt 2 maal daags toegediend met een interval van 12 uur. Gebruikt u voor het eerst de Vetpen (insulinepen)? Bekijk hier de instructies (inclusief video)

2. Dieetaanpassing

Wanneer uw dier last heeft van overgewicht dan is afvallen prioriteit nummer 1. Bij diabetespatiënten dient rekening gehouden te worden met hun voeding. Hiervoor is een speciale voeding beschikbaar. Deze bevat minder koolhydraten en meer eiwitten, wat de alvleesklier rust geeft. Uw kat dient op gezette tijden gevoerd te worden. 2x daags voor de insuline gift.
 

3. Bewegingsregime

Omdat de bloedsuikerspiegel afhankelijk is van de hoeveelheid energie die wordt verbruikt is het belangrijk dat het dier gelijkmatige beweging krijgt. Hierop wordt de voeding en de insulinegift aangepast.

Bij katten met diabetes type 2 zorgt activiteit voor vermindering van de insuline resistentie. Een spelletje met uw kat heeft dus wel degelijk een positief effect.

4. Monitoring

Frequente controle van de bloedsuikerspiegel is noodzakelijk. U zult, zeker in de beginfase, vaak worden verzocht om het bloedsuiker van uw kat te laten controleren. Dit is met name bij katten belangrijk omdat een aanzienlijk deel van de katten, bij de juiste behandeling, dus geneest van hun suikerziekte. Het kan daarom zijn dat tussentijds de dosering dient te worden verlaagd. De bloedsuikerspiegel moet ongeveer 4 uur na de insulinegift worden gemeten.

5. Druivensuiker

Zorg dat u altijd wat druivensuiker in huis hebt mocht uw kat last krijgen van een te laag bloedsuiker. U dier kan dan slap zijn en zelfs wankel op de poten. U kunt dan opgeloste druivensuiker in water met een spuitje toedienen.