Cushing

De ziekte van Cushing of PPID is de meest voorkomende hormonale ziekte bij het paard.  PPID staat voor Pituitary Pars Intermedia Dysfunction. Het staat voor niets minder dan een afwijkend functioneren van een deel van de hersenen (de hypofyse) waar het hormoon ACTH wordt geproduceerd. De ziekte van Cushing kennen we ook bij de mens en bij de hond maar bij het paard zit de ziekte net wat anders in elkaar dan bij deze andere zoogdieren. Bij paarden komt de ziekte met name voor bij paarden en pony’s van 18 jaar en ouder en relatief vaker bij merries.

In de hersenen bevinden zich de hypothalamus en de hypofyse. Deze zijn verantwoordelijk voor de hormoonhuishouding van het paard. In de hypothalamus zijn zenuwen aanwezig die de stof dopamine aanmaken. Dopamine is belangrijk als het gaat om het regelen en afgeven van andere hormonen zoals ACTH door de hypofyse. Bij sommige oudere paarden en pony’s gaan de zenuwen in de hypothalamus verloren. Hierdoor kan de hypothalamus onvoldoende dopamine maken. De aanmaak van hormonen in de hypofyse wordt door het gebrek aan dopamine niet meer geremd. Dit alles leidt tot een verhoogde aanmaak van hormonen en de daarbij behorende ziekteverschijnselen.

In het geval van PPID wordt het hormoon ACTH teveel afgegeven. ACTH stimuleert op zijn beurt weer de afgifte van het hormoon cortisol door de bijnier. Er ontstaat dus een verhoogde productie van cortisol door de bijnier.
Het hormoon cortisol is verantwoordelijk voor de verschijnselen die we kunnen zien bij een paard met de ziekte van Cushing.

Symptomen van de ziekte van Cushing

Zoals hiervoor beschreven ontstaan de verschijnselen van de ziekte van Cushing bij het paard met name door het effect van de verhoogde cortisol productie door de bijnier. Verschijnselen zijn:

  • Vachtproblemen (afwijkend, lang en krullerig haarkleed)
  • Slecht of niet door de rui heen komen
  • Overmatig vet boven de ogen
  • Vermageren en spierafbraak

Cushing en hoefbevangenheid

De meest voorkomende ernstige complicatie van de ziekte van Cushing is hoefbevangenheid. Door de verhoogde hoeveelheid cortisol in het lichaam ontstaat er een resistentie (ongevoeligheid) voor insuline. Deze insulineresistentie zorgt voor een andere verdeling van het lichaamsvet. Daarnaast ontstaat er een veranderde suiker en bloedvoorziening van de hoef welke leidt tot hoefbevangenheid. Vaak is de hoefbevangenheid een complicatie wat bij veel paarden met de ziekte van Cushing uiteindelijk leidt tot euthanasie.

Andersom is elk ouder paard met hoefbevangenheid verdacht van de ziekte van Cushing. Ook als de overige verschijnselen minder duidelijk aanwezig zijn. 
Overige complicaties kunnen zijn sloomheid, zweten, blindheid, verminderde weerstend en dientengevolge infecties.

Diagnostiek ziekte van Cushing

De diagnose is bij het paard is relatief eenvoudig te stellen. De meest eenvoudige manier is het nemen van twee bloedmonsters in de ochtend. Het eerste bloedmonster wordt genomen en onderzocht op het cortisol gehalte. Na het afnemen van het monster wordt een kunstmatige vorm van ACTH ingespoten in het bloedvat. Een tijd daarna wordt wederom bloed afgenomen waar ook het cortisolgehalte in wordt gemeten.

Daarnaast kunnen ook andere urine en bloedtesten worden uitgevoerd om de ziekte van Cushing vast te stellen.

Behandeling

De behandeling van de ziekte van Cushing bij het paard bestaat uit de volgende componenten:

1. Inzetten van het medicijn Prascend

Prascend bevat de stof pergolide. Pergolide compenseert enigszins het tekort aan dopamine in de hersenen van het paard waardoor de ACTH en cortisol productie wordt geremd. Tabletten dienen dagelijks en levenslang gegeven te worden.

> De symptomen zullen na ongeveer 6-12 weken verminderen.

> Middels een bloedonderzoek elke 4-6 weken bij aanvang van de ziekte kan eventueel de dosering worden aangepast.

2. Dieetaanpassingen

Door rekening te houden met het dieet van het paard kan het risico op het ontstaan van complicaties zoals hoefbevangenheid worden verkleind. Indien er namelijk sprake is van (ontwikkeling van) insulineresistentie moet de hoeveelheid koolhydraten (suikers en zetmeel) in de voeding beperkt worden. Dit kan door juist wat vetrijkervoer te geven.

3. Goede hoefverzorging

Goede verzorging van de hoeven door een hoefsmid is van optimaal belang. De hoefsmid kan u informatie geven over de conditie van de hoef en tips geven om de conditie van de hoeven optimaal te houden. Ook heeft de hoefsmid het eerste zicht op het mogelijk ontstaan van hoefbevangenheid.

4. Overige verzoring

Tenslotte is het van belang dat het paard met de ziekte van Cushing ook wat extra aandacht krijgt in zijn overige verzorging. Zo is het belangrijk het gebit goed te verzorgen en regelmatig te ontwormen. Eventueel wat van de vacht te scheren en te zorgen dat het paard een degelijk en warm onderkomen heeft.