Ontworming

Ontwormingsmiddelen voor paarden kunnen op grond van het werkingsmechanisme van de actieve stof worden ingedeeld in 4 groepen, er zijn 3 groepen werkzaam tegen rondwormen en 1 groep is werkzaam tegen alleen lintwormen:

producten gebaseerd op fenbendazol
producten gebaseerd op pyrantel
producten gebaseerd op ivermectine of moxidectine
producten gebaseerd op praziquantel

Overzicht ontwormingsmiddelen paard

GROEP FENBEDAZOLE PYRANTEL IVERMECTINES PRAZIQUANTEL
rondwormen volwassen volwassen volwassen + larven* nee
lintwormen nee 1 soort nee alle soorten
paardenhorzels nee nee ja nee
effect tegen eitjes ja nee nee nee
productnamen Panacur® Equiworm P ®
Hippotwin®
Banminth®
Strongid®

Eqvalan®
Furexel®
Bimectin®
Hippomec®

Eraquell®
Noromectin®
Equimectin®
Equest®*

Iverpraz®
Equimax®
Eqvalan Duo®
Equest Pramox®*
Furexel combi®

*moxidectine

Behandelingsintervallen

De behandelingsinterval is de tijd tussen de behandeling (het ontwormen) en het opnieuw verschijnen van wormeitjes in de mest. Een behandelingsinterval wordt meestal aangegeven op de bijsluiter en is een weerspiegeling van de effectiviteit en de werkingsduur van het middel.

Behandelings interval pyrantel = 6 weken
Behandelingsinterval fenbendazol = 6 weken
Behandelingsinterval ivermectine = 8 weken
Behandelingsinterval moxidectine = 12 weken

Deze intervallen zijn echter bepaald onder experimentele omstandigheden waarbij paarden kunstmatig worden besmet en zijn geen afspiegeling van natuurlijke omstandigheden bij u thuis. Het opnieuw verschijnen van wormeieren is sterk afhankelijk van het besmettingsniveau op stal. Hoe minder wormlarven in de omgeving hoe langer de periode tussen de behandelingen kan zijn. De behandelingsinterval kan dus sterk per paard en per situatie verschillen!  Wormonderzoek van de ontlasting kan ook meer informatie geven over het behandelingsinterval en het te kiezen middel voor uw paard. Overleg de juiste en gewenste behandeling met uw dierenarts.

Richtlijn te hanteren ontwormingsschema

Hieronder vindt u een richtlijn met betrekking tot het ontwormen van uw paard/pony. Let op dit is een richtlijn en hangt af van het individuele dier en de situatie. Voor de exacte situatie van uw paard raden wij een aan mestonderzoek te laten uitvoeren.

Onderaan op deze pagina vindt u informatie over resistentie van wormen en over weide management om de besmettingskans te verlagen.

Veulens

Drachtige merries zo kort mogelijk voor het veulenen ontwormen met ivermectine om besmetting van het veulen met veulenworm te voorkomen
Ivermectine, pyrantel en praziquantel zijn veilig voor drachtige merries.
Eventueel mestonderzoek van het veulen op 8-10 dgn leeftijd of het veulen op 7-10 dgn leeftijd ontwormen met ivermectine.
2-3 weken later ivermectine herhalen
Vervolgens het veulen iedere 4-6 weken ontwormen met ivermectine/pyrantel.
Indien het veulen een aantal maanden oud is, liever overschakelen naar pyrantel aangezien dit beter werkt tegen spoelwormen.
Ivermectine gebruiken in november/december ivm horzellarven.
Let op GEEN moxidectine bij veulens!

Jaarlingen

Zie onderstaand schema voor volwassen paarden. Maar daarbij een aantal keren pyrantel gebruiken ivm spoelwormen.

Volwassen paarden

In november/december ivermectine gebruiken ivm horzellarven
1 a 2x per jaar een combinatiepreparaat met praziquantel om lintwormen te bestrijden
2 maal per jaar een preparaat gebruiken tegen geencysteerde larven

Let op:

  • Gebruik de juiste dosering. De meeste middelen zijn in overdosering nog veilig. Behalve moxidectine, dat dient nauwkeuriger gedoseerd te worden. Onderdosering kan leiden tot resistentie en onvoldoende behandeling van de worminfectie bij uw paard.
  • Gebruik geregistreerde middelen

Receptplicht

Sinds juli 2008 is de regelgeving met betrekking tot het verstrekken van wormmiddelen veranderd. Ontwormingsmiddelen kunnen niet langer meer gekocht worden in de winkel. U kunt ontwormingsmiddelen alleen nog afhalen bij de dierenarts of bij een verstrekker met de daarvoor benodigde vergunningen en een recept.
Voordeel hiervan is dat de dierenarts een voor uw paard op maat gemaakt ontwormingsschema kan opstellen. En voordeel is dat een kliniek mestonderzoek aanbiedt, wat de wormstatus van uw paard weergeeft.

Resistentie

Resistentie betekent dat wormen ongevoelig geworden zijn voor bepaalde ontwormingsmiddelen. Ook in Nederland komt resistentie voor. Zo zijn producten gebaseerd op fenbendazol vaak niet meer zo effectief tegen rondwormen (Strongyliden). Echter, voor spoelworm en veulenworm werkt dit middel nog wel perfect. Daarnaast wordt ook steeds vaker resistentie van bloedwormen (cyathostominae) tegen pyrantel gevonden. Spoelwormen lijken steeds minder gevoelig te worden voor ivermectine. Vandaar dat ook vaak verschillende stoffen in een ontworming worden gecombineerd om een breed spectrum aan worminfecties aan te pakken.

Hoe kan ik resistentie voorkomen?

Gebruik de juiste dosering. Probeer een goede indicatie te krijgen van het gewicht van uw paard. En geeft dus niet te weinig. Indien er te weinig wordt gegeven worden de wormen niet voldoende afgedood en ontstaat er resistentie.
Wees voorzichtig met het introduceren van paarden met mogelijk resistente wormen. Wanneer u een nieuw paard aanschaft, laat de mest van te voren controleren op wormeieren. Indien deze positief is, behandel het dier en hertest na 2 weken nogmaals voordat het paard in de groep wordt geplaatst.
Er zijn 4 hoofdgroepen te onderscheiden:

Producten gebaseerd op fenbendazol
Producten gebaseerd op pyrantel
Producten gebaseerd op ivermectine / moxidectine
Producten gebaseerd op praziquantel

Indien een wormmiddel niet werkt kan gekozen worden voor een ander wormmiddel. Kiest dan ook een middel uit een andere groep en niet bijvoorbeeld moxidectine in plaats van ivermectine.

Weide management

Goed weide management is erg belangrijk. Het zorgt er voor dat de paarden op de weide voldoende voedingsstoffen binnen krijgen, dat de wormbesmetting en infectiedruk op het weiland zo laag mogelijk is en dat de weide ook voldoende tijd krijgt om te herstellen.

Land dat extensief wordt beweid (minder dan 1 paard of 2 shetlanders per hectare) blijft over het algemeen veilig. Deze paarden kunnen vaak toe met geen of weinig wormkuren. Bij een weiland dat wat intensiever wordt begraasd is het van belang om een passend weidemanagement toe te passen. Met betrekking tot wormmanagement zorgt weidemanagement ervoor dat er een lager risico is op herbesmetting en dat paarden minder vaak ontwormd hoeven te worden.

Methoden om de infectiedruk van een weiland te verlagen kunnen zijn:

  • Niet teveel paarden huisvesten op 1 weiland
  • Handhaven van zoveel mogelijk stabiele groepen op een weiland
  • Alle paarden op 1 weiland tegelijkertijd ontwormen
  • regelmatig verwijderen van mestballen van de weide
  • hooien en bloten
  • begrazing van andere diersoorten zoals schapen en runderen
  • het toepassen van beweidingsschema’s en hierbij paarden regelmatig omweiden naar schone weiden (echter dit is vaak moeilijk te realiseren)
  • Nieuwe paarden laten testen of ontwormen voordat ze op de weide gaan.

Weide hygiene

Gedurende het hele weideseizoen bevindt ongeveer 95% van de totale wormpopulatie zich als larve op de weide. De andere 5% is aanwezig in het paard. Het gevolg is dat ontwormingsmiddel toegediend in de zomer slechts een klein gedeelte van de totale wormpopulatie kan doden. De bescherming is maar van korte duur waarna de dieren zich weer snel kunnen herbesmetten. De behandelingsinterval zou dus heel kort moeten zijn in de zomer. Echter, het bestrijden van de veel grotere vrijlevende populatie op de weide kan daarom een goed alternatief vormen voor ontwormingsmiddelen om toekomstige wormbesmettingen te voorkomen.  Door bijvoorbeeld 2x per week de mest te verwijderen van de wei heeft men een betere wormbestrijding dan met regelmatige ontworming.

Hooien en bloten

Tijdens hooien worden de mestballen opengebroken waardoor wormeieren en larfjes worden blootgesteld aan zon en droogte. Hier kunnen ze slecht tegen en zullen daardoor afsterven.

Bij bloten wordt het lange gras welke een beschermde omgeving vormt voor de larfjes rond de mestplaatsen verwijderd. Daarnaast worden de mestballen opengebroken en verspreid. Bij droog en warm weer kan dit bijdragen aan een verdere vermindering van de infectiedruk op de weide. Echter bij vochtig en koud weer zal dit alleen maar leiden tot een verspreiding van de infectie over de weide omdat de larven hiervan niet dood gaan maar alleen maar worden verspreid.

Begrazing met andere diersoorten

Als weides gedurende de late winter en vroege lente worden begraasd door herkauwers zal het aantal infectieuze larfjes op de weide sterk afnemen. Paarden die naderhand zulke weiden begrazen zullen slechts larven opnemen die alleen infectieus zijn voor herkauwers. Ook gelijktijdige begrazing van paarden en herkauwers verlaagt de infectiedruk.