E. cuniculi

Wat is E. Cuniculi?

E. cuniculi is een kleine parasiet, iets groter dan een bacterie, welke verantwoordelijk is voor een breed scala aan klachten en ziektebeelden bij het konijn. De meest bekende klachten zijn neurologische verschijnselen (scheve kop), urinewegproblemen en oogafwijkingen.

Hoe krijgt mijn konijn E. Cuniculi?

80% van de Nederlandse huiskonijnen draagt deze E. cuniculi bij zich. Echter de meeste konijnen krijgen hier nooit last van. Besmetting kan plaatsvinden van moeder op kind of via de urine. Met name stress, weerstand en voeding lijken hier invloed op te hebben. Na besmetting komt de parasiet in het lichaam terecht en gaat daar als het ware in ruste. Dit noemen we de latente fase. Op momenten van stress kan de parasiet weer overgaan naar het acute infectiestadium waarbij de verschijnselen kunnen ontstaan. In de acute fase verspreidt de parasiet zich en nestelt zich met name en bij voorkeur in de zenuwen, de hersenen en het ruggenmerg.

Symptomen

De meest voorkomende klachten waarbij we denken aan een mogelijke besmetting met E. cuniculi zijn neurologische klachten. Onder deze neurologische klachten verstaan we:

  • Scheve kophoudingscheve kop
  • Afwijkende nekstand
  • Verlamming van de achterpot(en)
  • Dwangmatige bewegingen van het oog
  • Ernstige neurologische klachten zoals aanvallen
    of wokkelen waarbij het konijn als een wokkel over de grond tolt.

slepen achterpotenNaast neurologische klachten kunnen ook klachten van de urine wegen voorkomen zoals het lekken van urine, veel drinken en veel plassen (door nierschade). Daarnaast komen ook oogproblemen voor als blindheid en staar en tenslotte kan ook vermagering en slechte eetlust worden veroorzaakt door een infectie met E. cuniculi.

Diagnostiek

Het bewijzen van een E. Cuniculi infectie is moeilijk. Zeker omdat een groot deel van de konijnen ooit besmet is geweest met deze parasiet maar daar klaarblijkelijk geen last van heeft.

Er zijn bloedtesten beschikbaar waarbij de antilichamen (afweer) tegen E. cuniculi worden getest. 76% van de zieke konijnen leek positief, echter 46% van de gezonde konijnen was ook positief. Het definitieve bewijs is pas te leveren na pathologisch onderzoek nadat het konijn is overleden.

Therapie

De therapie bestaat uit 2 componenten:

  1. Bestrijden van de parasiet. Met behulp van fenbendazole, dit dient 28 dagen te worden gegeven. Dit bestrijdt tijdelijk de acute fase van de parasiet maar laat deze niet geheel verdwijnen.
  1. Ondersteunende therapie
    • Antibiotica
    • Pijnstillers
    • Corticosteroïden bij ernstige neurologische klachten
    • Dwangvoeding
    • Onderhuids vocht
    • Vitamine B

De meeste konijnen herstellen goed. Echter de ziekte kan weer terugkomen. Sommigen houden restverschijnselen zoals een scheve kop over aan de ziekte maar kunnen verder prima functioneren.

Let op! Hoewel het zeer zeldzaam is, is E. cuniculi een zoönose, en dus overdraagbaar op de mens. Neem daarom goede hygiëne maatregelen.