De Engelse Stafford pup Stacy met diarreeklachten....

Stacy was zo'n 3 maanden oud toen ze werd meegenomen door haar huidige baasjes naar Nederland. Ze zat in België onder dubieuze omstandigheden en zag er onderkomen uit. Ze was mager, had een opvallend dik buikje en hoestklachten. Ook was ze nog maar één keer gevaccineerd. Tijdens het lichamelijk onderzoek klonken haar longen een beetje afwijkend, ze had geen koorts en de baasjes hadden toen nog geen diarree gezien. De verdenking op een worminfectie was erg groot gezien de dikke buik en ze werd verdacht van kennelhoest. Daarvoor kreeg ze een kuur mee naar huis en haar baasjes zouden haar ontwormen en goede voeding gaan geven om aan te sterken.

3 weken later kwam ze terug voor de enting. Ze was goed bijgekomen in gewicht, er waren geen wormen gevonden in de ontlasting en de hoestklachten waren gelukkig over.
Een week later kwam ze weer terug op consult omdat ze diarree met bloed had. Ze was niet ziek, at prima, maar was toch weer afgevallen. Ze kreeg licht verteerbare voeding mee en diarree remmers. Haar ontlasting werd onderzocht op de darmparasiet giardia, maar deze werd niet aangetoond in de ontlasting.
Een kleine week later kwam ze alweer terug. Ze was nog steeds erg mager, hoestte weer, had ook braakneigingen en bleef ernstige diarree houden. Volgens haar baasjes liep alles wat ze at, er regelrecht van achteren weer uit.
Er werd besloten om haar op te nemen en antibiotica toe te dienen via een infuus gezien haar terugkerende hoestklachten. Ook werd er ontlasting opgestuurd naar het laboratorium voor uitgebreid onderzoek. In de opname zagen we dat haar ontlasting er kleiachtig en geel uit zag. Dit zou kunnen duiden op een onvoldoende werkende alvleesklier. De alvleesklier zorgt voor de vertering van voedsel door spijsverteringssappen met enzymen erin te produceren. Als deze enzymen onvoldoende worden aangemaakt kan de ontlasting er heel afwijkend uit zien. Er werd daarom besloten om Stacy spijsverteringsenzymen te voeren in de vorm van poeder bij het eten.
Een dag later was haar ontlasting al veel beter!  Ze poepte een vrijwel normale keutel, die ook niet meer zo'n vreemde gelige kleur had.
Doordat de ontlasting beter was kon ze ook weer antibiotica in tabletvorm krijgen, dit zou nu wel weer op worden genomen door de darmen. Ze mocht dan ook naar huis met tabletten en het poeder, in afwachting van de uitslag van het ontlastingsonderzoek.

Een aantal dagen later kwam de uitslag van het ontlastingsonderzoek binnen. Er was een virus aangetoond (corona virus) dat diarree kan veroorzaken. Er was sprake van een normale aanwezigheid van bacteriën in de ontlasting. Duidelijk afwijkend was de hoeveelheid elastase in de ontlasting. Dit is een spijsverteringsenzym dat normaal, bij een goede vertering, in de ontlasting aantoonbaar is. In de ontlasting van Stacy zat nauwelijks elastase. hetgeen er wederom op duidt dat de alvleesklier te weinig enzymen aanmaakt.

Stacy kwam 10 dagen later op controle en toen ging het al veel beter. Het kuchen was vrijwel over en de ontlasting was over het algemeen goed. Er werd bloed afgenomen om in te sturen voor een alvleesklier onderzoek, zodat we de diagnose 100% zeker konden stellen. In het bloed werd een te lage activiteit van spijsverteringsenzymen vastgesteld. Hiermee is de diagnose van een onvoldoende werkende alvleesklier bevestigd. Deze aandoening wordt ook wel EPI genoemd (deze afkorting staat voor: exocriene pancreas insufficiëntie).
De alvleesklier ligt tegen de dunne darm aan, zie afbeelding.

EPI staat voor Exocriene Pancreas Insufficiëntie

  • Pancreas is de Latijnse naam voor alvleesklier
  • De Exocriene Pancreas is de naam voor het gedeelte van de alvleesklier dat verteringssappen produceert
  • Het woord Insufficiëntie geeft aan dat de hoeveelheid geproduceerde verteringssappen te laag is
  • Het andere gedeelte van de alvleesklier, de endocriene pancreas die de insuline maakt, is niet aangetast. De patiënt met EPI heeft geen suikerziekte

Bij jonge dieren ontsaat EPI doordat een deel van de alvleesklier niet goed ontwikkeld is. Het is een aandoening die niet vaak voorkomt. Dieren kunnen hier over het algemeen prima mee leven en oud mee worden. Het is zaak om licht verteerbare voeding te geven met weinig vetten en het enzympoeder bij elke maaltijd toe te voegen.

Met Stacy gaat het gelukkig goed. Als de baasjes goed opletten met de voeding poept ze prima!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stacy thuis met haar huisgenootje Layla op de bank.